Thuis moet u ervoor zorgen dat het voor de hond duidelijk is wat de regels zijn. Dat betekent dat iedereen in het gezin moet weten wat de hond wel en niet mag, en hier consequent in is. Heeft u een pup, dan is het verstandig hem geen dingen toe te staan die u later, als hij een volwassen hond is, ook niet van hem wenst, zoals bijvoorbeeld om op stoelen en banken te klimmen of tegen u op te springen.
Om te zorgen dat uw hond naar u luistert, weet waar hij aan toe is en geen probleemgedrag ontwikkelt, is het belangrijk dat u duidelijk leiding geeft. Dat geldt zowel voor kleine als voor grote honden! Uw taak als leider is als die van een ouder. Wees rustig maar beslist, stel grenzen en zorg ervoor dat de hond niet steeds bepaalt wat er gebeurt. Voorkom dat uw hond dingen doet die u niet wilt door vooruit te denken. Bescherm uw hond bovendien tegen eventuele bedreigingen van buiten en steun hem indien nodig op een kalme manier. Leer de lichaamstaal van uw hond lezen, zodat u zijn stemming kunt zien en zijn signalen begrijpt.
Als groepsdier zal vrijwel elke hond graag samen met u activiteiten ondernemen. Toch moet u uw hond ook als pup al leren dat u regelmatig even weg bent. Honden die als pup stapsgewijs geleerd hebben alleen te zijn, hebben hier op latere leeftijd minder problemen mee.


